Close

Nieuws

14 april 2016

Rechtbank Amsterdam: criterium ‘schoon en leefbaar’ huis mag niet door thuiszorginstantie ingevuld worden

De toekenning van huishoudelijke zorg door Gemeente Amsterdam van schoonmaak hulp voor een  ‘schoon en leefbaar huis’  is in strijd met de  wet. De gemeente laat het hierbij aan de zorginstelling over om te bepalen hoeveel hulp hiervoor nodig is. Volgens de Wmo 2015 moet de gemeente bij iedere aanvraag per cliënt vast stellen welke hulp nodig is in ieder individueel geval. De gemeente mag dit niet overlaten aan een zorginstelling. Met deze uitspraak wordt nu ook door de Rechtbank Amsterdam bevestigd dat het toekennen van huishoudelijke zorg maatwerk is. De gemeente heeft een onderzoeksplicht die niet aan derde partijen mag worden overgelaten.    

De gemeente Amsterdam heeft een voorziening hulp bij het huishouden toegekend voor een ‘schoon en leefbaar huis’. Hiermee is enkel een te bereiken resultaat toegekend,
De rechtbank Amsterdam constateert in een uitspraak van 5 april dat de gemeente de wijze waarop dit resultaat kan worden bereikt heeft overgelaten aan zorgverlener T-zorg. Deze zorgverlener heeft een afsprakenlijst opgesteld. De afsprakenlijst geeft concreet inzicht op welke wijze dit resultaat wordt bereikt. Op die lijst wordt aangegeven welke taken door de cliënt zelf, het netwerk of    professionele hulp kunnen/moeten worden verricht. Zo blijkt onder andere uit de ten behoeve van eiseres opgestelde afsprakenlijst dat bepaalde taken (zoals afwassen, bedden verschonen, de was doen, ophangen en opruimen) door het netwerk gedaan kunnen/moeten worden. De afsprakenlijst bepaalt dus feitelijk de mate van inzet van professionele hulp.

Rechtbank AmsterdamDe rechtbank acht deze gang van zaken in strijd met de Wmo. Dit komt omdat het tot de kerntaak van de gemeente behoort om de rechten (en plichten) van de cliënt vast te stellen. Wat er voor nodig is om het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ te bereiken is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het individuele geval. Zo kan de mate waarin hulp bij het huishouden nodig is per geval verschillen bijvoorbeeld omdat de ene cliënt meer beperkingen heeft dan de andere. Waar een cliënt recht op heeft kan dus per geval verschillen. Het is aan het bestuursorgaan om vast te stellen wat het recht inhoudt. Dat is hier ten onrechte niet gebeurd ECLI:NL:RBAMS:2016:1920.